Het goede leven bouwen we samen

Review on Architectuurboek Vlaanderen N°12. Architectuur op maat
Published in A+, August/September 2016
[Dutch only]

Het twaalfde Architectuurboek is een opeengepakt boek, dat weinig witruimte onbenut laat, met tekst en beeldessays, projectbeschrijvingen en portfolio’s. Anders dan bij de vorige edities, die bekritiseerd werden omdat er altijd dezelfde namen in voorkomen en er te veel aan borstklopperij wordt gedaan, richt dit Architectuurboek zich op de veelzijdigheid en diversiteit van de Vlaamse architectuur. Natuurlijk zijn er vooral de bekende namen en wordt er gesproken over schaal, vorm en maniërisme, maar er is ook ruimte voor de stad, hergebruik van het bestaande patrimonium, niet-alledaagse woonvormen, sociale woningbouw en publieke ruimten.

Vakmanschap, de voorkeur voor lokale referenties, nauwkeurigheid en aandacht voor de historische en ruimtelijke context – begrippen die voorheen gevat werden in het alledaagse – vinden in deze editie voortgang in het bredere begrip van het goede leven. Het goede leven, zo geeft de redactie aan, is afkomstig van Aristoteles en wordt opgevat als een vorm van samenleven waarin het recht van het individu en het belang van het collectief in evenwicht zijn. Het Architectuurboek “vertrekt vanuit de veronderstelling dat architectuur een fundamentele rol kan spelen in de realisatie van het goede leven”. De vraag is: voor wie? Hoe wordt dat goede leven voorgesteld en waar ligt de rol van architectuur dan precies?

Het boek geeft blijk van tegenstrijdige opvattingen over het goede leven. Christoph Grafe beargumenteert dat architectuur kwalitatieve omgevingen schept waarin wij ons samen goed kunnen voelen. Elegantie, zoals in het werk van Robbrecht & Daem, ziet hij als een vorm van kritiek op “commercialisering, culturele nivellering en uitholling van de publieke sfeer”. Christophe Van Gerrewey duidt op het belang van de grootstad als ontwerpvraagstuk en schuift Xaveer De Geyter naar voren als een van de weinige architecten die wil bijdragen aan een functionele generische stadsarchitectuur. Els Vervloesem focust op de sociaal-publieke ruimte, hoe die tot stand komt en hoe ze wordt gebruikt of toegeëigend. Projecten als Parckfarm (Brussel) van Taktyk/Alive Architecture en het kunstencentrum 019 (Gent) van Olivier Goethals stellen de rol en/of het gezag van de architectuur in vraag. Ze maken duidelijk dat een architectuur van het goede leven een architectuur van samenspraak is.

De architect kan zich niet langer onttrekken aan een politieke notie – voor wie of met wie ontwerpen we, wie profiteert ervan? – en een verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving – ontwerpen is deelnemen aan een publiek-ruimtelijk debat. Volgens Aristoteles, en daarmee vul ik de redactie aan, is de mens bij voorbaat een politiek wezen dat zoekt naar het goede. Het goede kan alleen bestendigd worden in het samenleven en dat is een continue onderhandeling. Vanuit deze redenering verhoudt de architect zich niet alleen tot de eigen discipline, maar is hij in staat om deel te nemen aan het samenleven, zonder zich erboven of erbuiten te plaatsen.

Een eenduidig antwoord op de vraag naar het goede leven is er dus niet. Het goede leven maakt wel duidelijk dat in tijden van politieke oppervlakkigheid, een verontrustende angst voor de ander, de inperking van vrijheden en de controle en militarisering van de publieke ruimte, de architectuur niet los kan staan van het politieke – dat blijft onderbelicht in het boek. Samenleven is complex. De architectuur kan daarop geen alomvattend antwoord formuleren, laat staan vasthouden aan een bepaalde identiteit. Een verbreding van de Vlaamse architectuurcultuur is daarom een welkom en noodzakelijk goed. Dit Architectuurboek geeft daartoe een voorzichtige en nog wat behouden aanzet, maar het is betekenisvol dat er ruimte ontstaat voor andere opvattingen.

 

Architectuurboek Vlaanderen N°12. Architectuur op maat
Publisher: Vlaams Architectuurinstituut, 2016, www.vai.be
ISBN: 9789082122565